

In de natuur is niets “dood”.
Heb je al ooit iemand ontmoet waar je meteen een hekel aan had? Of je zit aan iemand te denken, de telefoon gaat en die persoon is aan de lijn? Als je dit wel eens ervaren hebt dan is er waarschijnlijk informatie uitgewisseld tussen jouw aura en die van de andere. In dit stuk geven we een globale beschrijving van het begrip “aura”, zoals o.a. vastgelegd in de “Kirlianfotografie”
Moderne natuurkundige theorieën vertellen dat er tussen de moleculen en atomen eigenlijk “niets” zit, of op z`n hoogst een zee van ongrijpbare kleine deeltjes of draadvormige “strings”. En de deeltjes bestaan alleen maar uit waarschijnlijkheid, dat er iets aanwezig is. Niks concreet per se, maar blijkbaar bestaat al deze “nietsheid”, ongrijpbaarheid en waarschijnlijkheid wel echt.
We kunnen het allemaal wel goed meten, op macroniveau dan. Op microniveau zijn individuele deeltjes moeilijk te meten, of zelfs helemaal niet. Op macroniveau gaat het om meetbare massa’s, energieladingen en golven. Ons lichaam is opgebouwd uit een complex patroon van atomen, moleculen, enzymen, vloeistoffen, enzovoort. Dus ook de lichamelijke kant van de mens is vibrerende en golvende materie, weinig solide dus. Maar als iets ongrijpbaar is, wil dat niet zeggen dat het niet bestaat.
Auralezen

Een voorbeeld van zo’n ongrijpbaar iets is de menselijke aura: het Menselijk Energie Veld, afgekort: MEV. Er zijn mensen de aura kunnen zien, althans, dat zeggen ze. In het dagelijkse taalgebruik staan zulke mensen onder andere bekend als “auralezers”. Niet iedereen kan het veld zien maar een getrainde auralezer kan er meer uitgebreide informatie over verstrekken. Bijvoorbeeld waar de energieën goed of niet goed stromen of mogelijk aan het stagneren zijn. Op deze wijze is het auralezen in principe objectief te controleren. De laatste decennia is er toenemende interesse in alternatieve therapieën zoals homeopathie, acupunctuur en natuurgeneeskunde (om er maar een paar te noemen). De medische en wetenschappelijke wereld wordt zich steeds meer bewust van een andere ‘energetische’ benadering van het menselijk welzijn.
Auravelden meten
Al vele jaren hebben artsen elektrische, magnetische en geluidsfluctuaties binnen het lichaam kunnen meten en dat gebruiken ze bij bijvoorbeeld ECG, EEG, röntgenfoto’s en echografie. De vraag is of de auravelden buiten het lichaam, ook gemeten kunnen worden en of die velden eigenlijk wel bestaan. Een deel van het wetenschappelijke onderzoek richt zich erop om te bewijzen, op een analytische en methodische manier, wat de “auralezers” altijd al hebben kunnen zien.
Wat is eigenlijk de aard van dit veld? Wat zijn de wetmatigheden ervan? Kan het gemeten worden? Net zoals dat met moderne natuurkundige theorieën het geval is, worden de theorieën over het MEV regelmatig bijgesteld. Laten we een kijkje nemen naar de eerste studies waarin werd geprobeerd het MEV zichtbaar te maken.
Het waarnemen en fotograferen van het MEV

In 1911 publiceerde de arts Walter Kilner in Londen zijn studies over het MEV. Hij bekeek het MEV door met dicyanineverf gekleurde glazen schermen en zag een stralende nevel om het lichaam heen. Hij beschreef drie duidelijke lagen: (1) een donkere laag van ca. 0,5 cm breed, dicht bij de huid, omgeven door (2) een ijlere laag van ca. 2,5 cm breed, die recht van het lichaam afstraalde en (3) een erg fijne, 15 cm brede, zwak oplichtende laag zonder duidelijke contouren .
Kilner was de eerste die het woord ‘aura’ gebruikte. Het stamt van het Griekse woord “aura” dat “licht” betekent. In zijn verslag “The Human Aura” constateerde hij dat het MEV van persoon tot persoon verschilt. Dit bleek afhankelijk te zijn van leeftijd, geslacht en de fysieke, mentale en emotionele gezondheid. Kilner ontwikkelde een diagnosesysteem dat gebaseerd was op onregelmatigheden en vlekken die hij in het MEV kon waarnemen. Met deze methode behandelde hij met succes verschillende ziekten zoals epilepsie, leverproblemen, tumoren, blindedarmontstekingen en hysterie.

De fascinatie in het zien en misschien wel het fotograferen van dit veld om ons heen steeg sterk in 1939. De Rus Semyon Kirlian (her)ontdekte per ongeluk het fenomeen dat nu zijn naam draagt. Tijdens onderhoudswerk aan een hoogspanningsmachine kwam Kirlian in aanraking met een onschuldige waterval van elektronen. Hij nam een zichtbare gloeiende straling rond zijn handen waar, die hij later op fotografische film kon vastleggen. Samen met zijn vrouw, Valentina, heeft hij hierover veel onderzoek gedaan. Dit effect staat nu bekend als Kirlianfotografie. In wetenschappelijke taal is het meer formeel bekend als het “coronale ontladingseffect”. Dit was als eerste opgemerkt door de Duitse natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg in 1777, maar alleen met de opkomst van de fotografie konden de elektrische ontladingen van levende en ook onbezielde voorwerpen worden vastgelegd.
Kirlianfotografie

Kirlianfoto’s worden gemaakt door middel van een metalen plaat en een generator. Deze generator levert een hoogspanningsveld met variabele pulsen en frequenties die leiden tot een coronale ontlading van het voorwerp. Het ziet er dan uit als de Zon tijdens een eclips (verduistering). De ontlading wordt verspreid op een fotografische emulsie of film en zo vastgelegd. Er ontstonden twee theorieën over het fysieke mechanisme waardoor het beeld via dit proces wordt geproduceerd. Viktor Ademenko (een natuurkundestudent die samenwerkte met de Kirlians) dacht dat het fenomeen ontstond uit de koude emissie van elektronen uit het object als gevolg van de hoogspanningspuls. Victor Inyushin, professor in de biofysica (Universiteit van Kazachstan) dacht dat het ontstond uit een stroom van subatomaire deeltjes die in en uit levend weefsel vloeien. Wanneer erg kleine geladen deeltjes bewegen in een nevel, heten ze plasma. In dit geval noemt hij de deeltjes daarom bioplasma.
In 1970 bracht de medisch psycholoog Thelma Moss de Kirlianfotografie naar het westen. Ze werd uitgenodigd om Adamenko in Moskou en lnyushin in Kazachstan te bezoeken. Moss raakte zo geïnteresseerd in het fenomeen dat zij zelf begon met onderzoek in Amerika. Ze trok de conclusie dat Kirlianfotografie een opening naar de wereld van hét MEV was. In verschillende studies toonde ze aan dat Kirlianfotografie iemands emotionele en psychologische staat kon onthullen. Het kon ook informatie geven over stress en omgevingsinvloeden. Dr. Moss meest bekende studies werden uitgevoerd op de nu beroemde Uri Geller. Op Kirlianfoto’s kon je zien dat energie uit zijn vingers “spoot”.
Onderzoek op het menselijk energieveld zelf
Zodra de interesse in een wetenschappelijke benadering van het MEV groeide, wilde men weten waaruit dit veld eigenlijk bestond. Bestaat het uit lichtdeeltjes? Is het elektromagnetisch? Heeft het kleur? Stroomt het zoals een vloeistof? De paragrafen hieronder beschrijven de meest belangrijke onderzoeksexperimenten die gedaan zijn om het MEV te omschrijven. We zullen zien dat het MEV onderzocht is op licht-, elektromagnetische en bioplasmische karakteristieken.
Licht emitterende eigenschappen
In 1978 maten de wetenschappers Richard Dobrin, John Pierrakos en Barbara Brennan het lichtniveau op een golflengte van 350 nanometer (een zichtbare lichtfrequentie) in een donkere kamer vóór, tijdens en na de aanwezigheid van mensen in de kamer. De resultaten lieten een kleine lichttoename zien toen er mensen in de kamer verbleven. Toen er een uitgeput en wanhopig iemand in de kamer was, nam het lichtniveau zelfs af!

Op een vergelijkbare manier hebben onderzoekers van het CIHS (California Institute of Human Studies) de koperen kamer ontwikkeld, om biofoton-emissies te kunnen bestuderen. Fotonen zijn deeltjes die ontstaan uit subatomaire botsingen. In deze met koper geïsoleerde kamer van 3 x 4 meter wordt iemand getest die tegen alle elektromagnetische velden is beschermd. Met alle lichten uit is het voor 100% donker. Dit betekent dat er geen enkel foton aanwezig is. Als er nu iemand deze kamer binnengaat dan worden eventuele wijzigingen, op fotonniveau, gemeten door gevoelige apparatuur (fotonentellers). In de koperen kamer werd het fotonenaantal van het menselijk lichaam gemeten en gaf 1 foton/sec/cm2 aan. Dat wil zeggen dat elke vierkante centimeter huid, elke seconde, 1 foton afgeeft. Erg opvallend is dat het gebied van de zogenaamde chakra’s een fotonenaantal aangeeft van 100-1000 fotonen per cm2/seconde (een meer betrouwbare meting). Het menselijk lichaam heeft zeven van deze chakra’s op een verticale lijn verdeeld over het lichaam, in zones waar zich ook organen en belangrijke lymfklieren bevinden.
Aura’s hun kleuren en betekenis

Ook ontwikkelden zij een HF-aurameter waarmee de frequentie werd vastgelegd van de elektrische energie afkomstig van het lichaamsoppervlak. De energiestraling van de atomen van het lichaam produceerden frequenties tot 1000 maal hoger dan de tot die tijd bekende elektrische lichamelijke activiteiten.
Zij publiceerde een studie over de effecten van diepe bindweefselmassage (Rotfing) op lichaam en psyche. Elektroden op de huid legden de laagspanningssignalen (mV) van het Lichaam tijdens deze Rotfing-behandelingen vast. Gelijktijdig observeerde Rosalyn Bruyère (een natuurgenezer die het MEV ook kan zien) de velden van de patiënt.
Bruyères commentaar over de kleur, grootte en bewegingen van het MEV tijdens de behandelingen werden opgeslagen op dezelfde recorder als de elektronische data. De golfpatronen werden wiskundig geanalyseerd door middel van een Fourier-analyse en een sonogram-frequentieanalyse. De golfpatronen en frequenties kwamen elke keer overeen met de keuren die Bruyère observeerde.
Dus, als Rosatyn Bruyère groen zag op een bepaalde plaats, dan bleek uit de elektronische metingen dat de karakteristieke groene golfvorm en frequentie van dezelfde plaats kwam als Bruyère waarnam. Hunt heeft dit experiment herhaald met zeven andere auralezers. Zij zagen allemaal kleuren in het MEV die overeen kwamen met dezelfde frequenties en golfpatronen als uit de elektronische metingen kwamen.
Elektromagnetische eigenschappen
In de jaren 40 ontwikkelden George De La Warr en Ruth Drown een systeem (radionica) voor het ontdekken, diagnosticeren en op afstand genezen van planten en mensen. Een haar van een patiënt werd gebruikt als zendantenne om een foto van het stralingspatroon te kunnen maken. Op dergelijke foto’s waren soms inwendige ziekten zoals tumoren en cysten in de lever en hersentumoren aantoonbaar aanwezig.

Robert Becker van Upstate Medische School (VS) heeft een complex elektrisch veld op het lichaam in kaart gebracht. Hij noemde dit een “direct stroombeheersend systeem”. Het had dezelfde vorm als het lichaam en het centrale zenuwstelsel. Becker ontdekte dat dit veld van vorm en kracht veranderde wanneer er fysiologische en psychologische veranderingen optraden. In zijn experimenten op dit veld ontdekte hij bewegende deeltjes die dezelfde grootte zouden hebben als elektronen. In China (Lanzhou Universiteit) mat Zhong Ronghang de energiestraling van het Lichaam door middel van een biologische detector die gemaakt was van een bladnerf en verbonden was met een lichtkwantumapparaat. Er werd een microdeeltjesstroom gemeten waarvan de grootte van de (plasma)deeltjes (doorsnede van 60 micron en een snelheid van 20-50 centimeter per seconde) dat op elektromagnetische karakteristieken duidt. In de zestiger jaren is Andria Puharich begonnen met het meten van een consistent magnetische puls van 8 Hz die uit de handen van genezers kwam. Robert Beck, een kernfysicus, heeft de wereld afgereisd om de hersengolven van genezers te meten. Van mediamieken tot charismatische christelijke gebedsgenezers, allemaal vertoonden ze hetzelfde hersengolfpatroon van 7.8-8 Hz tijdens het genezen.
Beck ontdekte dat het magnetisch veld van de Aarde ook tussen 7.8-8 Hz fluctueert. Deze fluctuaties noemen we Schumann-golven. Hij ontdekte dat tijdens een behandeling de hersengolven van de genezers synchroon liepen met de frequentie en fase van de aarde. In een ander onderzoek vond John Zimmerman (Bio-Electro-Magnetics lnstituut in Reno) dat als een genezer in contact is gekomen met de Schumann-golven, zijn rechter- en linkerhersenhelft in balans komen en een alfaritme van 7.8-8 Hz vertonen. Als de genezer een tijd in contact is met de patiënt, door zijn handen op hem of haar te leggen, dan worden de hersengolven van de patiënt in een alfaritme gebracht en worden ze fasesynchroon met die van de genezer. Ook worden de linker- en rechterhersenhelft in balans gebracht.
Bioplasmische eigenschappen

Toen de interesse in Kirlianfotografie in de jaren zestig toenam begonnen Russische wetenschappers een intensief onderzoek op het gebied van buitenzintuiglijke waarnemingen en telepathie (A. S. Popov Instituut). Deze Popovgroep meldde enkele jaren later de ontdekking dat levende organismen trillingen uitzenden met een frequentie van 300 tot 2000 nanometer. Zij noemden deze energie het bioveld of bioplasma. Dit werd later bevestigd door de Academie voor Medische Wetenschappen in Moskou.
Sinds hij zich met Kirlianfotografie begon bezig te houden, heeft Victor Inyushin het MEV uitgebreid onderzocht. Hij suggereerde dat er een bioplasmisch veld is dat uit ionen, vrije protonen en vrije elektronen bestaat.
Omdat plasma’s hun eigen natuurkundige wetmatigheden hebben, beschouwen natuurkundigen ze als een toestand tussen energie en materie in. lnyushin opperde dat dit bioplasmische energieveld 20% materie is en de andere 80% is vast stof, vloeistof, gas en plasma. Zijn onderzoek toonde aan dat bioplasmische deeltjes in constante beweging zijn en door chemische processen in de cellen voortdurend vernieuwd worden. Een geheel nieuw gebied.
Er is evenwicht van positieve en negatieve deeltjes in het bioplasma dat relatief stabiel blijkt te zijn. Een storing in deze balans leidt tot een verandering in de gezondheid van de patiënt of het organisme.
De mens blijkt sneller dan meetapparaten

Volgens mensen die het MEV kunnen waarnemen bestaat het uit zeven lagen. De laatste 25 jaar heeft Barbara Brennan (een voormalige natuurkundig onderzoeker van de NASA) gepionierd in het onderzoeken en definiëren van het MEV. Volgens Brennan liggen deze zeven lagen niet direct op elkaar zoals de schillen in een ui. Integendeel, ze dringen in het lichaam door en tegelijkertijd strekken ze zich vanaf de huid uit tot in de ruimte om het lichaam heen. Er zijn lagen die een gestructureerde vorm hebben en uit staande golven blijken te bestaan. Er zijn ook lagen die meer vloeibaar zijn en geen duidelijke vorm hebben. Ze vloeien langs de lijnen van de gestructureerde lagen. Ze bestaan uit verschillende kleuren, dichtheden en intensiteiten. Deze lagen doen denken aan de bioplasmische eigenschappen die in het verleden onderzocht zijn door Inyushin.
Als het bovengenoemde onderzoek wordt gecombineerd, dan zien we dat het MEV tot op zekere hoogte gemeten kan worden. Eigenlijk is één van de grootste problemen niet of het veld al dan niet bestaat, maar het moeilijkste is het ontwikkelen van gevoeligere apparatuur die het veld beter kan meten. Ondanks onze geavanceerde technologie, kan het instrument “mens” eerder nauwkeurige informatie over het MEV leveren dan meetapparaten.
De wetenschap volgt de mens, maar ze heeft ons laten zien dat het MEV van een bijzondere aard is en uit zeer kleine (en volgens een aantal onderzoekers subatomaire) deeltjeswolken bestaat (plasma, bioplasma). Wat ook blijkt is dat vele van de gemeten verschijnselen zoals elektromagnetisme, kleur, thermische en sonische aspecten samenhangen met de normale fysiologische processen in ons lichaam.
Deze gegevens worden al gebruikt in de moderne geneeskunde om informatie te geven over de (on)gezondheid van het lichaam. Dus uiteindelijk kan het menselijk energieveld gezien worden als de ruimte om het lichaam heen, maar het is tegelijkertijd ook een onderdeel van het lichaam zelf en zijn levende processen.
Ook “dode” objecten hebben een Kirlianveld, dat zelfs goed fotografeerbaar is. Een Kirlian-foto van een megavitaminepil laat bijvoorbeeld een fraaiere uitstraling zien dan die van een pil met haast geen vitamine erin.
De Tibetaan Lopsang Rampa beschreef hoe een lama het magneetveld van een stroomvoerende klos kon voelen of zien. Een zoektocht op Internet door het intikken van ‘kirlian’ in zoekmachines in de VS geeft een keur aan kirlianapparaten. Japanse foto’s hebben aangetoond dat de kristalpatronen van bevriezende waterdruppels reageren op de gedachten van omstanders, dus er kan zeker een relatie met genezen bestaan.
Deze tekst is grotendeels ontleend aan stamcel.org
Bronnen: Jayne Jubb, natuurgenezer, Mens & Wetenschap feb-maa-2003
